Hoge Raad · 18 december 2015
Bestuurdersaansprakelijkheid faillissement: ontzenuwing vermoeden artikel 2:248 lid 2 BW, cassatieberoep verworpen
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
De curator in een faillissement heeft de bestuurder aansprakelijk gesteld op grond van artikel 2:248 BW. Het hof heeft die aansprakelijkheid bevestigd, waarna de bestuurder in cassatie is gegaan. De Hoge Raad verwerpt het beroep met toepassing van artikel 81 lid 1 RO, omdat de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 1.991,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 december 2015 .”
r.o. 3