← Week 51

Hoge Raad · 18 december 2015

Verzet curator tegen faillissement op eigen aangifte; misbruik bevoegdheid en artikel 2:19 BW

  • Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW

Samenvatting

De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over verzet van een curator tegen een faillissement dat de vennootschap zelf heeft aangevraagd. De curator is uit eigen hoofde belanghebbende en kan verzet doen als de boedel nagenoeg geen baten bevat en ook geen baten zijn te verwachten, bijvoorbeeld via de pauliana of interne bestuurdersaansprakelijkheid. Het bestuur maakt dan misbruik van bevoegdheid en had de ontbindingsweg van artikel 2:19 BW moeten volgen.

Kernoverwegingen

“De Hoge Raad zal de beantwoording van de vragen beperken tot het geval waarin het gaat om een faillissement van een rechtspersoon en dat faillissement op eigen aangifte is uitgesproken, zoals de rechtbank kennelijk ook voor ogen heeft gestaan. In dit verband is van belang dat (het bestuur van) de rechtspersoon, anders dan schuldeisers, in art. 2:19 BW een alternatieve weg ten dienste staat om, al dan niet na vereffening van het vermogen, de beëindiging van het bestaan van de rechtspersoon te bewerkstelligen. De prejudiciële vragen lenen zich voor gezamenlijke beantwoording.”

r.o. 4.2.2

“Toepassing van deze maatstaven leidt tot het oordeel dat de curator, in de omstandigheden als vermeld hiervoor in 4.2.1, als belanghebbende in de zin van art. 10 lid 1 Fw moet worden aangemerkt. Dat zijn belang gemoeid is met de mogelijkheid verzet tegen de faillietverklaring te doen, is niet aan twijfel onderhevig: hij wordt als gevolg van zijn benoeming – die hij niet kan aanvechten – immers geconfronteerd met de situatie dat hij een wettelijke verplichting heeft tot het verrichten van werkzaamheden, die tot een aanzienlijke omvang kunnen oplopen, ook als uiteindelijk toepassing wordt gegeven aan art. 16 lid 1 Fw, en wel zonder dat hij enig uitzicht heeft op een beloning of zelfs maar vergoeding van de te maken kosten. Hij is bovendien vanaf het moment dat hij is benoemd en met zijn werkzaamheden een aanvang heeft gemaakt, als boedelcrediteur aan te merken, waarmee hij in een rechtsbetrekking tot de schuldenaar komt te staan. Het valt dan ook niet in te zien waarom hij ter bescherming van zijn getroffen eigen belang geen verzet zou mogen doen. De positie en de taak die de curator in het faillissement heeft, verzetten zich daartegen niet. Weliswaar dient de curator zich op neutrale en onafhankelijke wijze van zijn taak te kwijten, maar dat verhindert niet dat hij tot de slotsom kan komen dat de rechtspersoon (nagenoeg) geen activa bezit en dat die in het faillissement ook niet zijn te verwachten of te genereren. De mogelijkheid een voordracht van de rechter-commissaris uit […]”

r.o. 4.3.2

“Het antwoord op de gestelde vragen luidt derhalve dat, indien een rechtspersoon op eigen aangifte is failliet verklaard, de curator – uit eigen hoofde – als belanghebbende in de zin van art. 10 lid 1 Fw is aan te merken en verzet kan doen tegen de faillietverklaring, indien hij dat verzet doet op grond van de stelling dat de boedel (nagenoeg) geen baten bevat en baten ook niet te verkrijgen of anderszins te verwachten zijn.”

r.o. 4.5

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2015:3636
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
18 december 2015
Datum publicatie
18 december 2015
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:19 BW, 2:9 BW
Thema
Ontbinding, vereffening en turboliquidatie, Overig Boek 2
Aangesproken
["n.v.t."]
Weekoverzicht
Week 51 van 2015

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.