Hoge Raad · 10 juni 2016
Toepasselijk recht op onrechtmatig handelen bestuurder; cassatie verworpen op grond van artikel 81 RO
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een cassatiezaak over onrechtmatig handelen van een bestuurder van een Chileense vennootschap, waarbij de vraag speelt of het toepasselijk recht wordt bepaald door artikel 10:119 BW of door artikel 4 lid 3 Rome II. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met een korte motivering op grond van artikel 81 RO. Inhoudelijke overwegingen over het toepasselijk recht bevat het arrest niet.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CLC begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 juni 2016 .”
r.o. 3