Hoge Raad · 8 juli 2016
Schorsing bestuurder stichting en benoeming vervanger; begrip grief in hoger beroep
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
De curatoren in het faillissement van de voormalige bestuurder van een administratiekantoor-stichting verzochten schorsing van de nieuwe bestuurder en benoeming van een onafhankelijke bestuurder; rechtbank en hof wezen dat toe. De Hoge Raad vernietigt, omdat het hof ten onrechte oordeelde dat geen grief was gericht tegen de benoeming van de vervangende bestuurder. De zaak gaat daarmee vooral over het appelprocesrechtelijke begrip grief en raakt Boek 2 alleen als achtergrond.
Kernoverweging
“Het onderdeel slaagt. [verzoekster] heeft in haar beroepschrift (vanaf punt 198) een uitvoerige uiteenzetting gegeven van haar bezwaren tegen de benoeming van Zwart , en de curatoren hebben de bezwaren tegen het desbetreffende oordeel van de rechtbank ook als zodanig opgevat. Dat die bezwaren in het beroepschrift niet met zoveel woorden als “grief” zijn aangeduid, staat niet eraan in de weg om de bezwaren als grief aan te merken. Het oordeel van het hof geeft derhalve blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip “grief” (vgl. HR 5 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AJ3242, NJ 2004/76).”
r.o. 3.3.2