← Week 40

Hoge Raad · 7 oktober 2016

Stichting particulier fonds: vereenzelviging, misbruik identiteitsverschil en toerekening kennis aan rechtspersoon

  • Overig Boek 2
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een werkgever vordert van een stichting particulier fonds schadevergoeding wegens fraude door een financial controller, die een villa in die stichting had ondergebracht. De Hoge Raad bevestigt dat vereenzelviging een te verstrekkend redres is, maar oordeelt dat het hof ten onrechte misbruik van identiteitsverschil, onrechtmatig profiteren en ongerechtvaardigde verrijking heeft afgewezen. Voor toerekening van kennis en handelen aan de rechtspersoon is beslissend of dit in het maatschappelijk verkeer als handelen van de rechtspersoon zelf geldt, ook als de zeggenschapsuitoefenaar geen formeel bestuurder is. Vernietiging en terugwijzing.

Kernoverwegingen

“Uit de wettelijke regeling en de toelichting daarop vloeit voort dat het gebruik van de rechtsvorm stichting particulier fonds weliswaar niet bij uitsluiting aan het rechtsverkeer binnen de ‘financiële offshore’ is voorbehouden, maar dat de wetgever misbruik of oneigenlijk gebruik van deze stichtingsvorm heeft willen voorkomen, met het oog waarop de nieuwe rechtsvorm is ingebed in het algemene rechtspersonenrecht.”

r.o. 3.4.3

“Het oordeel van het hof dat vereenzelviging van Maple Leaf met [betrokkene 1] in de onderhavige situatie een vorm van redres is die te ver gaat, geeft in het licht van de in het Rainbow-arrest neergelegde regels geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De in het onderdeel ingeroepen omstandigheid dat Maple Leaf, anders dan bij de betrokken rechtspersoon in de zaak van het Rainbow-arrest het geval was, geen activiteiten ontwikkelt en (daardoor) derden bij vereenzelviging van Maple Leaf met [betrokkene 1] niet geschaad worden, levert niet een uitzonderlijke omstandigheid op als in het Rainbow-arrest bedoeld. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat Resort of the World zich op geen enkel ander vermogensbestanddeel van [betrokkene 1] dan de in Maple Leaf ondergebrachte villa kan verhalen. Bovendien staat het in het onderdeel verdedigde standpunt op gespannen voet met de doelstellingen van de invoering van de stichting particulier fonds (zie hiervoor in 3.4.2). Onderdeel II en in zoverre ook onderdeel I falen derhalve.”

r.o. 3.5.3

“Ook deze klachten slagen. Voor het antwoord op de vraag onder welke omstandigheden een onrechtmatig handelen of nalaten van personen door wie de rechtspersoon aan het rechtsverkeer deelneemt, als eigen onrechtmatig handelen aan een rechtspersoon kan worden toegerekend, is beslissend of dat handelen of nalaten in het maatschappelijk verkeer heeft te gelden als handelen of nalaten van de rechtspersoon zelf (vgl. HR 6 april 1979, ECLI:NL:HR:1979:AH8595, NJ 1980/34 (Kleuterschool Babbel)). Dat geldt voor gedragingen van een bestuurder, maar de formele hoedanigheid van de handelende persoon is niet beslissend voor de toerekeningsvraag. Indien, zoals hier veronderstellenderwijs moet worden aangenomen, [betrokkene 1] de volledige zeggenschap over Maple Leaf had, ook in de periodes dat hij geen bestuurder was, en dat hij haar ‘ultimate beneficiary’ is, is in beginsel aan de aan te leggen maatstaf voldaan. Dat het hier om een aansprakelijkheidskwestie gaat, doet daaraan niet af, zoals ook blijkt uit rov. 3.6 van HR 11 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6018, NJ 2007/231.”

r.o. 3.7.2

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2285
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
7 oktober 2016
Datum publicatie
7 oktober 2016
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:50 BWSM, 2:50a BWSM, 2:285 BW
Thema
Overig Boek 2, Vereniging, stichting en coöperatie
Aangesproken
["n.v.t."][0]
Weekoverzicht
Week 40 van 2016

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.