← Week 44

Hoge Raad · 4 november 2016

Distriport

Aansprakelijkheid commanditaire vennoten bij beheershandelingen en personele unie met bestuurders beherend vennoot

  • Aansprakelijkheid afgewezen
  • Personenvennootschappen
  • Personenvennootschappen

Samenvatting

Een provincie sprak commanditaire vennoten van een commanditaire vennootschap hoofdelijk aan op grond van artikel 21 WvK wegens beheershandelingen. De Hoge Raad oordeelt dat een personele unie tussen bestuurders van commanditaire en beherende vennoten daarvoor niet volstaat. Volgens het arrest Katterug zijn ook de kennis of verwachte kennis van de wederpartij en een eventueel verwijt aan de commanditaire vennoot van belang. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen.

Kernoverwegingen

“Onderdeel 6 is gericht tegen het oordeel van het hof in rov. 3.30 e.v. dat de commanditaire vennoten [A] en Zeeman Vastgoed op grond van art. 21 WvK hoofdelijk aansprakelijk zijn (naast Distriport B.V. en Distriport C.V.) omdat zij beheershandelingen hebben verricht. Bij de beoordeling van dit onderdeel moet worden uitgegaan van hetgeen is overwogen in HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1413, NJ 2015/380 (Katterug). Het hof kon met dit arrest – waarin de Hoge Raad is teruggekomen van zijn arrest van 15 januari 1943, NJ 1943/201 (Walvius) – bij zijn uitspraak geen rekening houden.”

r.o. 4.1

“Onderdeel 6.4 betoogt in het licht van het hiervoor genoemde Katterug-arrest terecht dat bij de beantwoording van de vraag of en in hoeverre plaats is voor de sanctie van art. 21 WvK, mede van belang kan zijn of de wederpartij van de hoedanigheid van de commanditaire vennoot op de hoogte was of behoorde te zijn, en dat steeds van belang is of de commanditaire vennoot tegen wie de sanctie van art. 21 WvK wordt ingeroepen, ter zake van zijn handelen een verwijt valt te maken. De klacht slaagt dus.”

r.o. 4.2

“Onderdeel 6.2.2 onder d betoogt, eveneens terecht, dat het enkele bestaan van een personele unie tussen de (middellijk) bestuurder of bestuurders van een of meer commanditaire vennoten en de (middellijk) bestuurder of bestuurders van een of meer beherend vennoten niet kan leiden tot toepassing van de sanctie van art. 21 WvK. Wel kan deze omstandigheid van belang zijn bij het beantwoorden van de vraag of bij een wederpartij redelijkerwijs een onjuiste indruk heeft kunnen ontstaan over de hoedanigheid waarin de commanditaire vennoot aan het handelsverkeer deelnam. Daarbij geldt dat, behoudens tegenbewijs, een persoon die zowel een beherend als een commanditair vennoot kan vertegenwoordigen, bij het verrichten van een beheershandeling heeft gehandeld namens de beherend vennoot.”

r.o. 4.3

Gegevens

Bekend als
Distriport
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2516
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
4 november 2016
Datum publicatie
4 november 2016
Spoor
Personenvennootschappen
Thema
Personenvennootschappen
Aangesproken
aandeelhouder
Uitkomst aansprakelijkheid
afgewezen
Weekoverzicht
Week 44 van 2016

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.