Hoge Raad · 11 november 2016
Faillissement: bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:248 BW, cassatieberoep verworpen (artikel 81 RO)
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
Samenvatting
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep in een zaak over bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement, waarin volgens de inhoudsindicatie artikel 2:248 BW en de te late deponering van de jaarrekening een rol spelen. De afdoening is kort en zonder nadere motivering op grond van artikel 81 lid 1 RO. Daarmee blijft het oordeel van het hof in stand.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel in het principale beroep De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde. 4. Beslissing De Hoge Raad: verstaat dat het geding tussen [eiseres 1] en de curatoren is geschorst op 13 november 2015; verwerpt het principale beroep; veroordeelt [eiseres 2] en [eiseres 3] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curatoren begroot op € 2.008,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres 2] en [eiseres 3] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 november 2016 .”
r.o. 3