Hoge Raad · 11 november 2016
Cassatie tegen tussenarrest OK in uittredingsprocedure niet-ontvankelijk; rechtsmiddelenverbod deskundigenbenoeming
- Geschillenregeling
- Boek 2 BW
Samenvatting
In een uittredingsprocedure op grond van artikel 2:343 BW ging het cassatieberoep van de vennootschap en haar aandeelhouders over een tussenarrest van de OK waarin hun hoger beroep tegen een deskundigenbenoeming niet-ontvankelijk was verklaard. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk, omdat tegen een tussenarrest ingevolge artikel 401a lid 2 Rv pas samen met het eindarrest cassatieberoep openstaat. Ook overweegt hij dat tegen een deskundigenbenoeming op grond van artikel 2:339 lid 1 BW geen hogere voorziening openstaat en dat dit verbod naar zijn aard niet wordt doorbroken.
Kernoverwegingen
“Het vonnis van de rechtbank van 25 maart 2015 is een tussenvonnis. In het dictum van dat vonnis heeft de rechtbank immers louter een deskundigenonderzoek bevolen, een deskundige benoemd en iedere verdere beslissing aangehouden (zie hiervoor in 3.1 onder (iv)). Aldus heeft de rechtbank niet door een uitdrukkelijk dictum omtrent enig deel van het gevorderde een einde aan het geding gemaakt. Onder het gevorderde in deze zin is te verstaan de (hiervoor in 3.1 onder (i) achter I weergegeven) vordering van [verweerder] die inzet van het geding is; daartoe behoort niet de (hiervoor in 3.1 onder (i) achter II weergegeven) vordering van [verweerder] tot benoeming van een of meer deskundigen, nu laatstgenoemde (door de rechtbank toegewezen) vordering slechts betrekking heeft op de aan de rechter voorbehouden instructie van de zaak (vgl. HR 22 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK1639, NJ 2011/269; HR 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3264, NJ 2013/288).”
r.o. 3.4.1
“Het arrest van de ondernemingskamer is een tussenarrest. In het dictum van dat arrest heeft de ondernemingskamer immers louter DEM c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep van het tussenvonnis van 25 maart 2015 (zie hiervoor in 3.1 onder (vi)). Naar vaste rechtspraak is een uitspraak waarin uitsluitend een tussenuitspraak van de rechter in vorige instantie wordt bekrachtigd of vernietigd en de zaak wordt teruggewezen naar de rechter in vorige instantie, eveneens een tussenuitspraak (vgl. HR 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:725). Ook een uitspraak waarin uitsluitend de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep van een tussenuitspraak wordt uitgesproken, is zelf een tussenuitspraak (vgl. HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3648, NJ 2015/34).”
r.o. 3.4.2
“Beroep in cassatie van het tussenarrest van de ondernemingskamer kan ingevolge art. 401a lid 2 Rv slechts tegelijk met dat van het in deze te wijzen eindarrest worden ingesteld, aangezien de ondernemingskamer niet anders heeft bepaald (zie hiervoor in 3.1 onder (vii)) en de andere in art. 401a lid 2 Rv vermelde uitzondering evenmin van toepassing is.”
r.o. 3.4.3