← Week 46

Hoge Raad · 18 november 2016

Enquête Meavita: kostenverhaal op bestuurders, nietigheid beschikking OK wegens gedefungeerde rechter

  • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
  • Enquêterecht
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

De Hoge Raad vernietigt een beschikking van de OK in een enquêteprocedure omdat zij niet is gewezen door het wettelijk vereiste aantal rechters. Ten overvloede overweegt hij dat ook de verzoekers van de enquête de door hen betaalde onderzoekskosten op grond van artikel 2:354 BW kunnen verhalen. Voor kostenverhaal op een individuele bestuurder of commissaris is bovendien vereist dat hem persoonlijk een verwijt kan worden gemaakt van het onjuiste beleid.

Kernoverwegingen

“Op grond van art. 5 leden 2 en 3 RO in verbinding met art. 66 lid 2 RO dient een beschikking van de ondernemingskamer, op straffe van nietigheid, te worden gewezen door drie rechters en twee deskundige leden. Een beschikking wordt gewezen wanneer alle rechters - en, in het geval van de ondernemingskamer, deskundige leden - die over de zaak oordelen de tekst van de uit te spreken beschikking hebben vastgesteld. Nadat een rechter is gedefungeerd, kan hij niet meer als ′rechter′ in de zin van deze voorschriften worden aangemerkt.”

r.o. 3.3.2

“Uit rov. 1.17 van de bestreden beschikking blijkt dat mondelinge behandelingen in deze zaak hebben plaatsgevonden op 4 en 5 juni 2014. Uitgesloten moet worden geacht dat de rechters en deskundige leden zich reeds op 6 juni 2014, de datum die in de voet van de beschikking is vermeld als de datum waarop die beschikking is gegeven, hebben ingestemd met de vaststelling van de volledige tekst van de 191 pagina′s tellende beschikking. Deze vermelding kan derhalve niet juist zijn. Voorts blijkt uit de stukken dat de ondernemingskamer bij brieven van 22 december 2014, 13 februari 2015, 27 mei 2015 en 24 september 2015 telkens aan partijen heeft bericht dat binnen de eerder aangekondigde uitspraaktermijn geen uitspraak kon worden gedaan. Nu uit de motivering van de beschikking niet anders blijkt, moet uit deze berichten worden afgeleid dat vaststelling van de volledige tekst van de beschikking pas heeft plaatsgevonden na 24 september 2015. De omstandigheid dat mr. Ingelse per 1 mei 2015 is gedefungeerd - waarmee de Hoge Raad ambtshalve bekend is - brengt dan mee dat hij niet als rechter kan hebben deelgenomen aan de vaststelling van de volledige tekst. Derhalve moet ervan worden uitgegaan dat de beschikking niet is gewezen door het in de wet bepaalde aantal rechters. Onderdeel 1 slaagt derhalve.”

r.o. 3.3.3

“De wet gaat ervan uit dat de kosten van een enquête steeds door de rechtspersoon worden betaald (art. 2:350 lid 3 BW). Hiervan uitgaande, ligt het voor de hand dat art. 2:354 BW alleen de rechtspersoon aanwijst als degene die een verzoek tot verhaal van deze kosten kan doen. Daarbij is echter geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat de rechtspersoon niet zelf de (volledige) kosten van het onderzoek kan opbrengen, en degenen die de enquête hebben verzocht (een deel van) die kosten voor hun rekening nemen, bijvoorbeeld omdat zij een eigen belang hebben bij de enquête. Een zodanig geval kan zich voordoen bij faillissement van de rechtspersoon (vgl. de situatie die aan de orde was in HR 26 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BD5516, NJ 2011/210 (KPNQwest)). Mede tegen deze achtergrond brengt een redelijke uitleg van art. 2:354 BW mee dat ook de verzoekers van de enquête kunnen verzoeken de door hen betaalde kosten van het onderzoek op de voet van deze bepaling te kunnen verhalen. Het onderdeel gaat uit van een andere rechtsopvatting en faalt daarom.”

r.o. 3.5.2

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2607
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
18 november 2016
Datum publicatie
18 november 2016
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:354 BW, 2:350 BW
Thema
Enquêterecht, Vereniging, stichting en coöperatie
Aangesproken
["bestuurder"][0]
Uitkomst aansprakelijkheid
aangehouden/tussenuitspraak
Weekoverzicht
Week 46 van 2016

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.