Hoge Raad · 18 maart 2016
Enquêteverzoek door vereffenaar nalatenschap; cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Samenvatting
In een enquêteprocedure over vennootschappen waarvan de aandelen tot een nalatenschap behoren, ging het om de bevoegdheid van de vereffenaar van de nalatenschap om een enquêteverzoek in te dienen en de toereikendheid van een procesvolmacht van een van de erven. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 lid 1 RO, zonder nadere motivering.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de erven en Van Hees begroot op € 393,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 maart 2016 .”
r.o. 3