← Week 23

Hoge Raad · 9 juni 2017

Leeghalen van vennootschap door aandeelhouder: causaal verband en verloren verhaalsmogelijkheden

  • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een schuldeiser stelt de koper van de aandelen van een vennootschap aansprakelijk uit onrechtmatige daad, omdat die koper de vennootschap leeghaalde door haar activa over te nemen zonder de koopprijs te betalen. Het hof achtte het handelen onrechtmatig, maar wees de vordering af wegens ontbrekend causaal verband. De Hoge Raad vernietigt: bij het vaststellen van de schade moet ook worden betrokken in hoeverre verhaal mogelijk was geweest op de activa of de koopsom. De zaak wordt verwezen.

Kernoverwegingen

“Voor zover in cassatie van belang, heeft het hof de vordering van Hofstad c.s. afgewezen. Het hof heeft eerst (in rov. 32 van zijn eindarrest) overwogen dat Rixtel onrechtmatig heeft gehandeld door alle activa van De Provinciale te verkopen, met achterlating van alle passiva en zonder dat de koopprijs voor de activa werd betaald. Vervolgens heeft het hof in zijn eindarrest als volgt overwogen:

“40. Het hof concludeert dat De Provinciale in 1993 een fors verlies heeft geleden, dat de solvabiliteit sterk is verslechterd en dat het eigen vermogen sterk is gedaald. Zonder een ingrijpende reorganisatie en forse reductie van de kosten zou De Provinciale nog verder in de rode cijfers komen, met mogelijk een faillissement in het verschiet. Het had op de weg van Hofstad c.s. gelegen om gemotiveerd en onderbouwd te stellen waarom desondanks mag worden aangenomen dat De Provinciale, de activatransactie van Rixtel weggedacht, in staat zou zijn geweest om de rekening-courant schuld aan Hofstad af te lossen. Hofstad c.s. hebben dit niet gedaan. Het hof concludeert dan ook dat zij het causaal verband tussen het onrechtmatig handelen door Rixtel en het niet kunnen innen van de vordering in rekening-courant door Hofstad onvoldoende hebben gemotiveerd en onderbouwd.

41. Het bovenstaande leidt ertoe dat het hof, anders dan de rechtbank, tot het oordeel komt dat er geen causaal verband is tussen het onrechtmatig handelen door Rixtel en het niet kunnen innen van de vordering in […]”

r.o. 4.2.2

“Deze klachten zijn gegrond. Het door het hof in rov. 32 vastgestelde onrechtmatig handelen van Rixtel bestaat in het ‘leeghalen’ van De Provinciale, in het bijzonder door het zich laten overdragen van haar assurantieportefeuille zonder betaling van de koopprijs. Het bestaan en de omvang van de schade dient dan te worden vastgesteld door een vergelijking te maken tussen de werkelijke situatie na de overdracht van de assurantieportefeuille onder het schuldig blijven van de koopprijs daarvan enerzijds en de hypothetische situatie waarin deze onrechtmatige gedraging achterwege zou zijn gebleven anderzijds. Voor de beoordeling van de hypothetische situatie is niet alleen van belang of De Provinciale in die situatie voldoende winst had kunnen genereren om de vordering van Hofstad c.s. te voldoen maar ook, in het geval De Provinciale daartoe niet in staat zou zijn geweest, in hoeverre Hofstad c.s. verhaal zouden hebben kunnen nemen op de assurantieportefeuille, of, indien de koopsom daarvan wel zou zijn voldaan, op die koopsom. Doordat het hof deze verhaalsmogelijkheid niet in zijn beoordeling heeft betrokken, is het ofwel uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, ofwel heeft het zijn oordeel niet begrijpelijk gemotiveerd.”

r.o. 4.3.2

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2017:1053
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
9 juni 2017
Datum publicatie
9 juni 2017
Spoor
Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
aandeelhouder
Uitkomst aansprakelijkheid
aangehouden/tussenuitspraak
Weekoverzicht
Week 23 van 2017

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.