← Week 5

Hoge Raad · 3 februari 2017

Holterman Ferho/Spies

Bevoegdheid Nederlandse rechter bij artikel 2:9 BW-vordering tegen Duitse bestuurder-werknemer

  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een Nederlandse vennootschap spreekt haar in Duitsland woonachtige voormalige bestuurder en directeur aan wegens onbehoorlijke taakvervulling (artikel 2:9 BW), opzet of bewuste roekeloosheid en onrechtmatige daad. Na prejudiciële antwoorden van het HvJEU oordeelt de Hoge Raad dat de bevoegdheidsregels voor arbeidsovereenkomsten in de EEX-Verordening voorgaan, omdat de bestuurder ook werknemer was. De Nederlandse rechter is daarom onbevoegd en het cassatieberoep wordt verworpen.

Kernoverwegingen

“Het antwoord op de eerste prejudiciële vraag luidt dat de art. 18-21 EEX-Vo eraan in de weg staan dat toepassing wordt gegeven aan de bevoegdheidsgronden van art. 5, aanhef en onder 1, respectievelijk art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo, indien een vennootschap – in dit geval [eiseres 1] – een persoon die de functies van directeur en van bestuurder van die vennootschap heeft bekleed – in dit geval [verweerder] – in rechte aanspreekt om de door die persoon in de uitoefening van die functies gemaakte fouten te doen vaststellen en schadevergoeding te verkrijgen, indien die persoon – in dit geval [verweerder] – in zijn hoedanigheid van directeur en van bestuurder gedurende bepaalde tijd voor en onder het gezag van die vennootschap – in dit geval [eiseres 1] – prestaties heeft verricht tegen beloning, hetgeen de nationale rechter dient te verifiëren.”

r.o. 3.4

“Het geding behoeft niet te worden verwezen teneinde te doen vaststellen of in het onderhavige geval is voldaan aan het vereiste dat [verweerder] in zijn hoedanigheid van directeur en van bestuurder gedurende bepaalde tijd voor en onder het gezag van [eiseres 1] prestaties heeft verricht tegen beloning. De stukken van het geding laten immers geen andere conclusie toe dan dat is voldaan aan bedoeld vereiste en dat tussen [verweerder] en [eiseres 1] sprake was van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de art. 18-21 EEX-Vo. Dienaangaande wordt als volgt overwogen. [eiseres] c.s. hebben gesteld dat [verweerder] op 25 april 2011 bij [eiseres 1] in dienst is getreden als directeur (vgl. inleidende dagvaarding, § 1), en de relevante arbeidsovereenkomst in het geding gebracht. Blijkens die arbeidsovereenkomst is [verweerder] gehouden zijn “ganze Arbeitskraft ausschlieβlich” aan [eiseres 1] ter beschikking te stellen, onverminderd het recht van [verweerder] om gelijktijdig als bestuurder van zustervennootschappen van [eiseres 1] op te treden, en is het [verweerder], behoudens toestemming van de algemene vergadering van aandeelhouders van [eiseres 1], niet toegestaan andere betaalde nevenwerkzaamheden te aanvaarden. Voorts bevat de arbeidsovereenkomst bepalingen over het salaris, het tantième en het aantal vakantiedagen. Ook bepaalt de arbeidsovereenkomst dat deze is aangegaan voor een periode van vijf jaar, en steeds voor een periode van twee jaar stilzwijgend wordt verlengd, […]”

r.o. 3.5

“Het vorenstaande betekent dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de rechtbank Almelo (thans de rechtbank Overijssel) niet bevoegd is om kennis te nemen van de door [eiseres 1] tegen [verweerder] ingestelde vordering. In het licht van het antwoord op de eerste prejudiciële vraag en hetgeen hiervoor in 3.5 is overwogen, kan in het onderhavige geval immers geen toepassing worden gegeven aan de bevoegdheidsgronden van art. 5, aanhef en onder 1, respectievelijk art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo. Voorts brengt art. 20 lid 1 EEX-Vo mee dat de vordering van [eiseres 1] tegen [verweerder] slechts kan worden gebracht voor de rechter van de lidstaat op het grondgebied waarvan [verweerder] woonplaats heeft, te weten Duitsland. Op het vorenstaande stuiten de klachten van de onderdelen 2 en 3 af.”

r.o. 3.6

Gegevens

Bekend als
Holterman Ferho/Spies
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:133
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
3 februari 2017
Datum publicatie
3 februari 2017
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:9 BW, 6:162 BW, 7:661 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Weekoverzicht
Week 5 van 2017

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.