← Week 45

Hoge Raad · 10 november 2017

Balansgarantie bij aandelenovername; huurdersbelang en artikel 2:384 (oud) BW

  • Jaarrekening
  • Boek 2 BW
  • Zijdelings

Samenvatting

Een koper van aandelen beroept zich op schending van een balansgarantie, omdat in de post inventaris ten onrechte het huurdersbelang zou zijn opgenomen. Artikel 2:384 lid 1 (oud) BW over de waardering van immateriële posten speelt hierbij alleen als achtergrond een rol: de koper kende de stelselwijziging in de jaarrekening of behoorde die te kennen. De Hoge Raad verwerpt de klachten hierover, maar vernietigt wegens het ten onrechte buiten beschouwing laten van het gerealiseerde boekverlies op grond van de tweeconclusieregel.

Kernoverwegingen

“Mijwo heeft in feitelijke instanties betoogd dat in de waarde van de post inventaris ten onrechte een bedrag voor huurdersbelangen is begrepen en dat zij op een bedrag voor huurdersbelangen niet bedacht behoefde te zijn op de grond dat de post huurdersbelangen een immateriële balanspost betreft en art. 2:384 lid 1 (oud) BW eraan in de weg stond deze immateriële post aldus te waarderen. Het hof heeft in zijn tussenarrest (rov. 4.10) Mijwo in dit betoog gevolgd en Gobelet c.s. in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat uit de vóór de verkoop aan Mijwo overhandigde accountantsverklaring bij de jaarrekening 1999 blijkt van de stelselwijziging met activering van de huurdersbelangen. Uit de jaarrekening 1999, die Gobelet c.s. bij akte na tussenarrest (als productie 18) hebben overgelegd, blijkt dat een stelselwijziging is doorgevoerd waarbij de inventaris en inrichting van de filialen met ingang van 31 december 1999 zijn gewaardeerd op actuele waarde. Tussen partijen staat vast dat Mijwo de jaarrekening 1999 in het kader van de onderhandelingen ter inzage heeft gehad.”

r.o. 3.3.3

“Het hof heeft in rov. 4.2 van zijn tussenarrest overwogen dat de stelling van Mijwo in de kern erop neerkomt dat zij niet heeft gekregen wat zij op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. In rov. 4.10 van het tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat Mijwo niet erop bedacht behoefde te zijn dat in de post inventaris tevens de actuele waarde van het huurdersbelang was opgenomen. Uit de bewijsopdracht die het hof Gobelet c.s. vervolgens heeft gegeven, volgt dat het hof van oordeel was dat dit anders zou zijn als Mijwo vóór de verkoop van de aandelen aan Mijwo al op de hoogte was van een stelselwijziging met activering van de huurdersbelangen. In dat geval gaat immers niet langer op dat Mijwo niet erop bedacht behoefde te zijn dat in de post inventaris niet tevens de actuele waarde van het huurdersbelang was opgenomen, zelfs niet als sprake zou zijn van strijd met art. 2:384 lid 1 (oud) BW. Het hof heeft geoordeeld dat die omstandigheid ertoe leidt dat de gestelde schending van de balansgarantie op dit punt niet is komen vast te staan. Het hof heeft bij de uitleg van de balansgarantie en het oordeel over schending daarvan, klaarblijkelijk ook acht geslagen op de feiten en omstandigheden die bij partijen over en weer bekend waren vóór de verkoop van de aandelen en die mede van belang waren voor het antwoord op de vraag wat Mijwo op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Dat is niet onbegrijpelijk. De onderdelen 1.3-1.4 zijn op grond van het voorgaande tevergeefs […]”

r.o. 3.3.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2842
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
10 november 2017
Datum publicatie
10 november 2017
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:384 BW
Thema
Jaarrekening
Weekoverzicht
Week 45 van 2017

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.