← Week 27

Hoge Raad · 6 juli 2018

Curaçaose enquêterecht: onmiddellijke werking en wanbeleid op grond van feiten van vóór inwerkingtreding

  • Enquêterecht
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Het Curaçaose enquêterecht is op 1 januari 2012 in werking getreden zonder specifiek overgangsrecht, zodat onmiddellijke werking geldt. Het gemeenschappelijk hof mocht daarom wanbeleid vaststellen en verantwoordelijke personen aanwijzen mede op basis van feiten van vóór die datum, zonder dat sprake is van terugwerkende kracht. Het concordantiebeginsel brengt het afwijkende Nederlandse overgangsrecht niet mee. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.

Kernoverwegingen

“Art. 2 lid 1 Landsverordening overgangsrecht Nieuw Burgerlijk Wetboek van 23 oktober 2000 (Publicatieblad 2000/119) (hierna: Lvo Overgangsrecht NBW) geeft (mede) voor het Curaçaose BW de volgende hoofdregel van overgangsrecht:

“Van het tijdstip van haar in werking treden af is de wet van toepassing, indien op dat tijdstip is voldaan aan de door haar voor het intreden van een rechtsgevolg gestelde vereisten, tenzij uit de volgende artikelen iets anders voortvloeit.”

Deze Landsverordening is ook van toepassing op (wijzigingen van) Boek 2 BWC (vgl. art. XXIX Invoeringslandsverordening Boek 2 BW, Publicatieblad 2004/16, welk artikel overgangsbepalingen in verband met Boek 2 heeft ingevoegd in de Lvo Overgangswet NBW). De hiervoor in 3.4.1 vermelde wijziging van Boek 2 BWC bevat een bepaling over overgangsrecht (art. II), maar daarin is voor de bepalingen over het enquêterecht geen specifieke overgangsregeling getroffen. Dit betekent dat voor die bepalingen de hoofdregel van art. 2 lid 1 Lvo Overgangsrecht NBW geldt (onmiddellijke werking). Dat stemt overeen met hetgeen in de MvT bij de Landsverordening herziening Boek 2 BW, p. 40, is opgemerkt, inhoudende dat de algemene regel is dat de nieuwe bepalingen vanaf de dag van invoering onmiddellijke werking hebben, en dat alleen voor de in art. II genoemde bepalingen een bijzondere regel is opgenomen.”

r.o. 3.4.2

“Uitgaande van het bovenstaande, brengt het verlenen van onmiddellijke werking aan de art. 2:282 en 2:283 BWC mee dat het daarin neergelegde rechtsgevolg (de bevoegdheid van het hof tot het vaststellen van wanbeleid, het aanwijzen van de daarvoor verantwoordelijke personen en het treffen van voorzieningen) mede kan berusten op feiten die zich voor de inwerkingtreding van die bepalingen hebben voorgedaan. Daarmee is van terugwerkende kracht geen sprake.”

r.o. 3.4.4

“Anders dan het geval is bij het Curaçaose overgangsrecht, heeft Nederland bij (onder meer) de invoering van de eerste Nederlandse wettelijke regeling van het enquêterecht uit 1928 een specifieke overgangsregeling getroffen, krachtens welke de handelingen en verzuimen van voor de inwerkingtreding van de wet beoordeeld werden naar het recht dat gold ten tijde van de handeling of het verzuim (art. V van de Wet tot wijziging en aanvulling van de bepalingen omtrent de naamloze vennootschap etc., Stb. 1928, 216). Het uitgangspunt van deze overgangsregeling ligt ook ten grondslag aan het huidige art. 29 lid 1 Overgangswet NBW, dat (als hoofdregel) bepaalt dat ten aanzien van rechtspersonen die op het tijdstip van in werking treden van Boek 2 BW bestaan, de nieuwe bepalingen van dat Boek in beginsel alleen van toepassing zijn op feiten die na dat tijdstip voorvallen. Uit het hiervoor in 3.4.2-3.4.4 overwogene volgt dat het Curaçaose overgangsrecht met betrekking tot de bepalingen over het enquêterecht berust op een ander uitgangspunt dan het Nederlandse overgangsrecht met betrekking tot dit onderwerp. Er zijn geen aanwijzingen dat de Curaçaose wetgever zich niet van dit verschil in uitgangspunt bewust is geweest, en dus ook niet dat hij het Nederlandse uitgangspunt heeft willen overnemen. Gelet hierop kan het in art. 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden verankerde concordantiebeginsel niet meebrengen dat het Curaçaose overgangsrecht op dit punt wordt uitgelegd […]”

r.o. 3.4.5

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1104
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
6 juli 2018
Datum publicatie
6 juli 2018
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:271 BWC, 2:282 BWC, 2:283 BWC
Thema
Enquêterecht
Weekoverzicht
Week 27 van 2018

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.