← Week 25

Hoge Raad · 21 juni 2019

VvE-besluiten: aanvang vernietigingstermijn voor afwezige appartementseigenaar

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een appartementseigenaar die niet bij de vergadering van de vereniging van eigenaars was, verzocht vernietiging van daar genomen besluiten; de lagere rechters achtten dit verzoek te laat. De Hoge Raad oordeelt dat de aanvang van de vernietigingstermijn van artikel 5:130 lid 2 BW afhangt van de omstandigheden, met veel gewicht voor het gebruik binnen de vereniging om besluiten of notulen te verspreiden. Bestaat dat gebruik, dan loopt de termijn vanaf de bekendmaking, anders in beginsel vanaf een week na de vergadering. De zaak is verwezen.

Kernoverwegingen

“Uit de parlementaire toelichting op art. 638l lid 1 (oud) BW, dat een voorloper is van art. 5:130 lid 2 BW, blijkt dat voor het aanvangsmoment van de termijn van een maand is gedacht aan het tijdstip waarop de appartementseigenaar redelijkerwijs van het besluit heeft kunnen kennisnemen. Dat het verzoek binnen een maand moet worden gedaan, houdt verband met het belang van de eigenaars om zo spoedig mogelijk te weten of het besluit geldig is of niet.”

r.o. 3.3

“Het antwoord op de vraag of, en zo ja vanaf welk moment, een appartementseigenaar die niet ter vergadering aanwezig was (ook niet door vertegenwoordiging) van een in die vergadering genomen besluit van de vereniging van eigenaars heeft kunnen kennisnemen, hangt af van de omstandigheden van het geval. Veel gewicht komt hierbij toe aan de gebruiken binnen de vereniging van eigenaars over de wijze waarop besluiten ter kennis van de leden worden gebracht. Geldt binnen een vereniging van eigenaars het gebruik besluiten onder haar leden bekend te maken, bijvoorbeeld door verspreiding van een besluitenlijst of notulen van een vergadering, dan is uitgangspunt dat een appartementseigenaar die niet ter vergadering aanwezig was, van een daar genomen besluit redelijkerwijs heeft kunnen kennisnemen vanaf het moment waarop die bekendmaking heeft plaatsgevonden, tenzij hij feiten en omstandigheden stelt en zo nodig bewijst waaruit volgt dat hij pas op een later moment redelijkerwijs van het besluit heeft kunnen kennisnemen. Is van een gebruik als hiervoor bedoeld geen sprake, dan mag van een niet ter vergadering aanwezige appartementseigenaar die wist of behoorde te weten dat en wanneer een vergadering plaatsvond en welke besluiten op die vergadering genomen zouden kunnen worden, worden verwacht dat hij moeite doet om kort na de vergadering kennis te nemen van de genomen besluiten. Van de appartementseigenaar mag in dat geval in beginsel worden verwacht dat hij binnen een week na de […]”

r.o. 3.4

“Het voorgaande laat de mogelijkheid onverlet dat een appartementseigenaar die niet ter vergadering aanwezig was, al daadwerkelijk heeft kennisgenomen van de genomen besluiten vóór het moment waarop hij overeenkomstig het hiervoor in 3.4 overwogene geacht moet worden redelijkerwijs van die besluiten te hebben kunnen kennisnemen. In dat geval begint de termijn van art. 5:130 lid 2 BW te lopen vanaf dit eerdere moment. Op de vereniging rust de stelplicht en bewijslast van het feit dat dit geval zich voordoet.”

r.o. 3.5

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1022
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
21 juni 2019
Datum publicatie
21 juni 2019
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
5:130 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 25 van 2019

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.