← Week 29

Hoge Raad · 19 juli 2019

Enquête: vernietiging vaststelling wanbeleid wegens niet-deugdelijke oproeping van belanghebbende

  • Enquêterecht
  • Boek 2 BW

Samenvatting

In de tweede fase van een enquêteprocedure had de OK wanbeleid bij een beursgenoteerde NV vastgesteld en bestuurders en een commissaris daarvoor verantwoordelijk gehouden. Eén bestuurder was niet deugdelijk opgeroepen, onder meer niet na een vermeerdering van het verzoek en niet voor de verbetering van de beschikking. De Hoge Raad vernietigt de beschikkingen voor zover zij het wanbeleid in 2008 en de verantwoordelijkheid daarvoor betreffen wegens schending van hoor en wederhoor, en verwijst terug. De vernietiging werkt jegens alle partijen en belanghebbenden.

Kernoverwegingen

“Art. 130 lid 3 Rv bepaalt dat een verandering of vermeerdering van eis is uitgesloten tegen een partij die niet in het geding is verschenen, tenzij de eiser de verandering of vermeerdering tijdig bij exploot aan die partij kenbaar heeft gemaakt. Art. 283 Rv bepaalt dat art. 130 Rv van overeenkomstige toepassing is op de verandering of vermeerdering van een verzoek. Voor een verzoekschriftprocedure – zoals de enquêteprocedure – betekent de overeenkomstige toepassing van art. 130 Rv dat de rechter in elk geval alle in de procedure eerder opgeroepen, maar niet verschenen belanghebbenden opnieuw moet oproepen met opgave van de verandering of vermeerdering van het verzoek. Als een van de partijen aan een of meer niet-verschenen belanghebbenden de verandering of de vermeerdering van het verzoek heeft meegedeeld, kan de rechter zich ook van zijn taak kwijten door zich ten aanzien van deze niet-verschenen belanghebbenden ervan te vergewissen dat die mededeling hen heeft bereikt. Ook in dat geval is immers recht gedaan aan de gedachte die aan art. 130 lid 3 Rv ten grondslag ligt dat moet worden vermeden dat een belanghebbende een beslissing tegen zich moet laten gelden waarvan hij niet weet en niet kan weten dat en waarom deze is verzocht.”

r.o. 5.1.2

“Uit de informatie die de secretaris van de ondernemingskamer heeft verstrekt (zie hiervoor in 2.9) blijkt dat de ondernemingskamer [verzoeker] niet opnieuw heeft opgeroepen naar aanleiding van de verandering of de vermeerdering van het verzoek. Ook kon de ondernemingskamer niet ervan uitgaan dat de verandering of vermeerdering van het verzoek op andere wijze aan [verzoeker] was meegedeeld. Daardoor heeft [verzoeker] geen gelegenheid gehad zich te verweren tegen het veranderde of vermeerderde verzoek, hetgeen in strijd is met het in art. 19 Rv neergelegde beginsel van hoor en wederhoor. De daarop gerichte klachten van de onderdelen (a) en (b) slagen derhalve.”

r.o. 5.1.3

“Het onderdeel slaagt. De beschikking vermeldt “[woonplaats]” als woonplaats van [verzoeker] . De ondernemingskamer is kennelijk ervan uitgegaan dat [verzoeker] een bekende woonplaats heeft in België. Niet gebleken is van een oproeping op de voet van art. 277 lid 1 Rv of art. 277 lid 2 Rv. Uit de informatie die de secretaris van de ondernemingskamer heeft verstrekt (zie hiervoor in 2.9) blijkt dat de ondernemingskamer [verzoeker] voor de tweede fase van de enquêteprocedure heeft opgeroepen bij gewone brief aan een adres waar hij sinds 2010 niet meer woont. [verzoeker] is vervolgens in de beschikking aangemerkt als niet-verschenen belanghebbende. Nu de ondernemingskamer niet aan de wettelijke oproepingsvereisten heeft voldaan en [verzoeker] niet in de procedure is verschenen, moet ervan worden uitgegaan dat [verzoeker] zich niet heeft kunnen verweren ter voorkoming van de vaststelling van wanbeleid en van zijn verantwoordelijkheid daarvoor. Dit levert een schending op van de eisen van hoor en wederhoor. Het gevolg hiervan is dat de beschikking niet in stand kan blijven.”

r.o. 5.2.2

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1279
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
19 juli 2019
Datum publicatie
19 juli 2019
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:355 BW
Thema
Enquêterecht
Aangesproken
bestuurder
Weekoverzicht
Week 29 van 2019

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.