Hoge Raad · 8 februari 2019
Rekening-courantschuld bij beëindigde vof; cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
Samenvatting
Een voormalig vennoot van een vennootschap onder firma heeft cassatieberoep ingesteld in een geschil met een besloten vennootschap over een rekening-courantschuld na beëindiging van de vof, met ook de vraag of de vordering is verjaard. De Hoge Raad verwerpt het beroep met toepassing van artikel 81 lid 1 RO, zonder nadere motivering.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gravene begroot op € 2.707,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkam en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 8 februari 2019 .”
r.o. 3