Hoge Raad · 15 februari 2019
Bestuurdersaansprakelijkheid: bewerkstelligen of toelaten van niet-nakoming huurgarantie; onbekendheid met rechtsregel
- Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een verhuurder vordert van de bestuurders van een garantstellende vennootschap persoonlijke schadevergoeding wegens niet-nakoming van een huurgarantie. Het hof wees dit af, omdat de bestuurders onbekend zouden zijn met een rechtsregel uit een arrest uit 2013. De Hoge Raad vernietigt: het verwijt dat bestuurders hebben bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakwam, ziet ook op de periode na dat arrest, waarna de bestuurders de regel kenden. De zaak wordt verwezen.
Kernoverweging
“De onderdelen slagen. In HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (Ontvanger/[…]), rov. 3.5, is over de aansprakelijkheid van een bestuurder voor de benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering onder meer het volgende overwogen. Ter zake van deze benadeling zal naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (i) namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. Het beroep in deze procedure op de hiervoor onder (ii) aangeduide grond ziet, anders dan dat op de hiervoor onder (i) aangeduide grond, niet uitsluitend op het moment waarop [A] de huurgarantie gaf, maar ook op de periode daarna. Naar de stelling van Nieuwburen bewerkstelligden [verweerders] of lieten zij toe dat [A] haar verplichtingen uit de huurgarantie niet nakwam in de periode na het moment waarop [A] de huurgarantie gaf. Dit deden zij, aldus Nieuwburen, onder meer door het vermogen opzettelijk negatief te houden en selectief gelden binnen de groep van vennootschappen te verdelen. Nieuwburen heeft ter onderbouwing van die stelling gedragingen en omstandigheden aangevoerd uit de periode 2008 tot en met 2014, dus ook uit de periode na het hiervoor in 4.1.1 genoemde arrest van 15 november 2013. Uit de […]”
r.o. 4.1.2