Hoge Raad · 12 juni 2020
Bestuurdersaansprakelijkheid: cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
In deze korte uitspraak op grond van artikel 81 RO verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep van een bestuurder in een zaak over bestuurdersaansprakelijkheid. De klachten, onder meer over de toegepaste maatstaf en de motivering, kunnen niet tot vernietiging leiden. Het arrest van het hof blijft in stand.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 12 juni 2020 .”
r.o. 2