Hoge Raad · 10 juli 2020
Cassatie tegen DNB: ontbinding rechtspersoon en onrechtmatige daad, artikel 81 RO
- Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een rechtspersoon in liquidatie en haar bestuurder spreken de toezichthouder aan uit onrechtmatige daad. Volgens de inhoudsindicatie spelen onder meer de ontbinding van de rechtspersoon (artikel 2:19 BW) en de vraag of zij is opgehouden te bestaan een rol. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep zonder motivering op grond van artikel 81 lid 1 RO.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel in het principale beroep De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling. 3 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DNB begroot op € 2.763,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 10 juli 2020 .”
r.o. 2