← Week 28

Hoge Raad · 10 juli 2020

Ontbreken vereiste meerderheid bij VvE-besluit: nietig (2:14 BW), niet vernietigbaar (2:15 BW)

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een eigenaar van een appartementsrecht wil een besluit van de vereniging van eigenaren vernietigen, omdat een gekwalificeerde meerderheid zou ontbreken. De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van een vereiste meerderheid leidt tot nietigheid op grond van artikel 2:14 BW en niet tot vernietigbaarheid op grond van artikel 2:15 BW. Ook mag een beroep op nietigheid in dezelfde verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter worden gedaan als het verzoek tot vernietiging. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Kernoverwegingen

“De art. 36 en 37 van het in deze zaak toepasselijke splitsingsreglement zijn gelijk aan de art. 36 en 37 Modelreglement 1973. Art. 37 lid 5 eist een gekwalificeerde meerderheid voor besluiten die een bepaald bedrag te boven gaan; art. 37 lid 8 eist een gekwalificeerde meerderheid voor besluiten tot verbouwing of tot het aanbrengen van nieuwe installaties of tot het wegbreken van bestaande installaties, voor zover deze niet als een uitvloeisel van het normale beheer zijn te beschouwen. Dit vereiste van een gekwalificeerde meerderheid vormt een uitzondering op de hoofdregel dat de besluiten van de vergadering van eigenaars worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen (art. 5:127 lid 1 BW en art. 36 splitsingsreglement).”

r.o. 3.1.3

“Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat het vereiste van een gekwalificeerde meerderheid zoals opgenomen in art. 37 lid 8 van het splitsingsreglement, slechts ziet op besluiten tot verbouwingen met een ingrijpend karakter dan wel besluiten tot de aanleg of wijziging van een installatie met een ingrijpend karakter. In het licht van hetgeen hiervoor in 3.1.2-3.1.4 is overwogen geeft dat oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het evenmin onbegrijpelijk. De hiervoor in 3.1.1 weergegeven klacht faalt derhalve.”

r.o. 3.1.5

“Het onderdeel kan niet tot cassatie leiden wegens gebrek aan belang, nu het hof heeft geoordeeld dat [verzoeker] zijn onder art. 2:14 BW vallende beroep op nietigheid in deze verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter mocht aankaarten, aangezien hij daarnaast een verzoek tot vernietiging deed op de voet van art. 5:130 lid 1 BW in verbinding met art. 2:15 BW. Overigens vindt de door het onderdeel verdedigde opvatting geen steun in het recht. Het ontbreken van een op grond van de wet of de statuten vereiste meerderheid van stemmen leidt tot een nietig besluit in de zin van art. 2:14 lid 1 BW, en niet tot een besluit dat vernietigbaar is wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen als bedoeld in art. 2:15 lid 1, aanhef en onder a, BW.”

r.o. 3.2.2

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1275
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
10 juli 2020
Datum publicatie
10 juli 2020
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:14 BW, 2:15 BW, 5:130 BW, 5:127 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Vereniging, stichting en coöperatie
Aangesproken
["n.v.t."]
Weekoverzicht
Week 28 van 2020

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.