← Week 37

Hoge Raad · 11 september 2020

Toerekening wetenschap geconflicteerde bestuurders aan rechtspersoon bij verjaring schadevordering

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een verzekeraar vorderde schadevergoeding van haar voormalige bestuurders en commissaris wegens onbehoorlijk bestuur, en van een derde die had meegewerkt aan een constructie waarin die functionarissen een verborgen eigen belang hadden. De Hoge Raad oordeelt dat de wetenschap van de bestuurders in de verhouding tot die derde niet geldt als wetenschap van de rechtspersoon, zodat de verjaringstermijn niet was aangevangen. De verlengingsgrond voor verjaring tussen rechtspersonen en hun bestuurders brengt niet mee dat wetenschap van een bestuurder geldt als wetenschap van de rechtspersoon.

Kernoverwegingen

“In beginsel brengt de aard van de functie van bestuurder van een rechtspersoon mee dat zijn wetenschap in het maatschappelijk verkeer heeft te gelden als wetenschap van de rechtspersoon. Dit kan echter onder bijzondere omstandigheden anders zijn. Dat laatste wordt in het hiervoor in 3.1 weergegeven betoog miskend. Het oordeel van het hof komt erop neer dat van de hier bedoelde bijzondere omstandigheden in de verhouding tussen HDI en Treston sprake is en dat daarom in die verhouding de wetenschap van [voormalig bestuurder 1] en [voormalig bestuurder 2] niet heeft te gelden als wetenschap van HDI. Over dit oordeel wordt als volgt overwogen.”

r.o. 3.2.2

“In de verhouding tussen HDI en Treston moet uitgegaan worden van de volgende – in cassatie niet bestreden – vaststellingen:

- dat de bestuurders [voormalig bestuurder 1] en [voormalig bestuurder 2] en commissaris [voormalig commissaris] eigen financiële belangen hadden bij de herverzekeringsconstructie;

- dat deze drie functionarissen niet hebben gezorgd dat HDI van die belangen op de hoogte raakte door deze te melden aan (de niet geconflicteerde leden van) de raad van bestuur van HDI;

- dat de drie functionarissen deze belangen evenmin hebben gemeld aan (de niet geconflicteerde leden van) de raad van commissarissen of de aandeelhouder van HDI;

- dat Treston op de hoogte was van de lokale regelgeving en niet louter kon afgaan op de mededelingen van de betrokken functionarissen;

- dat Treston wetenschap had van de belangenverstrengeling bij de drie functionarissen;

- dat Treston wist, althans moest begrijpen, dat de constructie was gericht op de bevoordeling van de drie functionarissen;

- dat Treston aan die constructie heeft meegewerkt zonder zich ervan te vergewissen of de niet geconflicteerde bestuurders van HDI daarmee instemden;

- dat Treston aldus heeft meegewerkt aan en geprofiteerd van het onbehoorlijk bestuur van de betrokken functionarissen, en onrechtmatig heeft gehandeld jegens HDI.”

r.o. 3.2.3

“In het licht van deze omstandigheden geeft het oordeel van het hof, dat erop neerkomt dat in de verhouding tussen HDI en Treston de wetenschap van de betrokken functionarissen van hun eigen, met de belangen van de vennootschap strijdige belangen en van het onrechtmatig handelen van Treston niet kan gelden als wetenschap van HDI, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. In de door het hof vastgestelde omstandigheden ligt immers besloten dat Treston met het oog op eigen financieel voordeel eraan heeft meegewerkt dat (de niet geconflicteerde leden van) de raad van bestuur en de raad van commissarissen van HDI onkundig werden gehouden van de belangenverstrengeling van de drie betrokken functionarissen en hun persoonlijke financiële belangen bij de herverzekeringsconstructie, en dat het handelen van Treston aldus erop gericht was te voorkomen dat HDI rechtsmaatregelen tegen haar (en de drie betrokken functionarissen) zou treffen. Dat kan de conclusie dragen dat in de verhouding tussen HDI en Treston de wetenschap van de drie betrokken functionarissen in het maatschappelijk verkeer niet heeft te gelden als wetenschap van HDI en daarmee ook het oordeel dat de verjaringstermijn van de rechtsvordering tegen Treston niet is aangevangen.”

r.o. 3.2.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1413
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
11 september 2020
Datum publicatie
11 september 2020
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
3:310 BW, 3:320 BW, 3:321 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Overig Boek 2
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 37 van 2020

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.