Hoge Raad · 25 september 2020
Bestuurdersaansprakelijkheid jegens werknemer: geen causaal verband, art. 81 RO-afdoening
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een werknemer met een opeisbare loonvordering sprak de bestuurder van zijn werkgever in persoon aan, omdat die de opbrengst van de verkoop van de onderneming naar zijn privérekening had overgemaakt. Het hof wees de vordering af wegens het ontbreken van causaal verband met de gevorderde schade. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 lid 1 RO, zodat de afwijzing blijft staan.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 25 september 2020 .”
r.o. 2