Hoge Raad · 16 oktober 2020
Cassatieberoep bestuurdersaansprakelijkheid verworpen (artikel 81 RO); benadeling schuldeiser, persoonlijk ernstig verwijt
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep in een zaak over persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder uit onrechtmatige daad (benadeling van een schuldeiser, persoonlijk ernstig verwijt). Met toepassing van artikel 81 RO motiveert de Hoge Raad zijn oordeel niet nader. Het oordeel van het hof blijft daardoor in stand.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.091,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 16 oktober 2020 .”
r.o. 2