Hoge Raad · 24 april 2020
Beëindiging faillissement B.V. zodra geverifieerde schuldeisers volledig kunnen worden voldaan
- Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
De Hoge Raad oordeelt in een faillissementszaak dat het faillissement van een B.V. eindigt zodra de boedel voldoende oplevert om alle geverifieerde schuldeisers en de boedelkosten te voldoen; de curator mag niet doorgaan met vereffenen voor niet-geverifieerde schuldeisers of aandeelhouders. Een bestuurder blijft ook na zijn eigen faillissement bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen. Artikel 2:23 BW komt slechts in een opmerking aan bod: na het faillissement zijn de bestuurders in beginsel belast met de vereffening van het resterende vermogen.
Kernoverweging
“Opmerking verdient nog dat de curator in het kader van de vereffening van het vermogen van een door insolventie ontbonden rechtspersoon, slechts een taak heeft zo lang het faillissement duurt. Na het einde van het faillissement zijn, indien de rechter geen andere vereffenaars benoemt en de statuten geen andere vereffenaars aanwijzen, de bestuurders van de rechtspersoon met de vereffening van het resterende vennootschapsvermogen belast (art. 2:23 lid 1 BW).”
r.o. 4.2.6