Hoge Raad · 8 oktober 2021
Verlaging verplichte uittredingsleeftijd vennoten; cassatieberoep verworpen (artikel 81 RO)
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
Samenvatting
De Hoge Raad verwerpt met een artikel 81 RO-motivering het cassatieberoep in een zaak over de verlaging van de verplichte uittredingsleeftijd van vennoten. Het ging volgens de inhoudsindicatie om compensatie naar redelijkheid en billijkheid, leeftijdsgelijkheid en de omvang van de schadevergoeding. De uitspraak bevat zelf geen inhoudelijke overwegingen.
Kernoverweging
“Beoordeling van de middelen in het principale beroep De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten en de rolbeslissing van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten en rolbeslissing. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat een van de klachten in het principale beroep slaagt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling. 3 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt HAB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien HAB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 8 oktober 2021 .”
r.o. 2