Hoge Raad · 9 april 2021
Voortzetting vof door commanditaire vennootschap; kwekersrecht; cassatieberoep verworpen (artikel 81 RO)
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
Samenvatting
Een ontbonden vennootschap onder firma en een commanditaire vennootschap stelden cassatieberoep in in een zaak over onder meer kwekersrecht en de voortzetting van een vof door een commanditaire vennootschap. De Hoge Raad verwerpt het beroep met toepassing van artikel 81 RO, zonder nadere motivering.
Kernoverweging
“Beoordeling van de middelen De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van deze arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 9 april 2021 .”
r.o. 2