Hoge Raad · 25 juni 2021
Caribische zaak bestuurdersaansprakelijkheid: cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Caribische zaak over bestuurdersaansprakelijkheid waarin de verzoekers in cassatie opkomen tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. De Hoge Raad verwerpt het beroep zonder nadere motivering op grond van artikel 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie. De uitspraak zelf vermeldt de inhoud van het geschil niet.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [verzoekers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 juni 2021 .”
r.o. 2