Hoge Raad · 15 juli 2022
Cassatie verworpen (artikel 81 RO) in zaak over bestuurdersaansprakelijkheid en arbeidsovereenkomst
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep in een zaak over de afwikkeling van een arbeidsovereenkomst en bestuurdersaansprakelijkheid, mede in verband met een naheffingsaanslag loonbelasting. De Hoge Raad doet dit zonder nadere motivering op grond van artikel 81 lid 1 RO. Volgens de inhoudsindicatie speelt onder meer de interne bestuurdersaansprakelijkheid van artikel 2:9 BW een rol.
Kernoverweging
“Beoordeling van de middelen De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 juli 2022 .”
r.o. 2