Hoge Raad · 11 februari 2022
Beslag tot levering merkrechten; voortzetting procedure tegen opgehouden rechtspersoon (artikel 2:19 BW)
- Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
De zaak gaat over een conservatoir beslag tot levering van merkrechten die de beslagdebiteur toch aan derden had overgedragen. De Hoge Raad oordeelt dat de hoofdzaak in beginsel tegen de beslagdebiteur wordt gevoerd. Boek 2 speelt een bijrol: de beslagdebiteur had na faillissement op grond van artikel 2:19 BW opgehouden te bestaan, maar dat staat voortzetting van de procedure tegen haar niet in de weg.
Kernoverweging
“Opmerking verdient nog dat Upstream tijdens de procedure op grond van art. 2:19 lid 1, onder c, en lid 4 BW in verbinding met art. 16 Fw heeft opgehouden te bestaan (zie hiervoor in 2.1 onder (ix)). Dat staat echter niet eraan in de weg dat de procedure tegen haar wordt voortgezet. In zoverre komt de Hoge Raad terug van de overweging in rov. 3.5.7 van zijn arrest van 13 november 2015 dat, indien een rechtspersoon ophoudt te bestaan terwijl de hoofdzaak aanhangig is, de beslaglegger de procedure dient voort te zetten tegen de verkrijger van het beslagen goed.”
r.o. 3.2.6