Hoge Raad · 11 november 2022
Bestuurdersaansprakelijkheid voor achterstallige huur; cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
In cassatie ging het om de vraag of een bestuurder persoonlijk aansprakelijk is voor achterstallige huur van een hurende vennootschap, onder verwijzing naar selectieve betaling en het voortzetten van activiteiten in andere vennootschappen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 lid 1 RO, zodat het oordeel van het hof in stand blijft.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PBS c.s. begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 11 november 2022 .”
r.o. 2