Hoge Raad · 25 november 2022
Bestuurdersaansprakelijkheid: cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Twee bestuurders stelden cassatieberoep in tegen een arrest van het hof in een zaak over bestuurdersaansprakelijkheid. De klachten gingen onder meer over het beslagverlof en het criterium van het persoonlijk ernstig verwijt. De Hoge Raad verwerpt het beroep zonder nadere motivering op grond van artikel 81 lid 1 RO.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van INH begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze, als voorzitter, en de raadsheren C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 25 november 2022 .”
r.o. 2