Hoge Raad · 25 maart 2022
Stichting of zelfstandig onderdeel van kerkgenootschap; artikel 2:2 BW; art. 81 RO
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
Geschil over de vraag of een rechtspersoon een stichting naar burgerlijk recht is of een zelfstandig onderdeel van een kerkgenootschap (artikel 2:2 BW), en over de benoeming van bestuurders. De cassatieklachten betreffen de gehanteerde maatstaf en de uitleg van de statuten. De Hoge Raad verwerpt het beroep zonder nadere motivering op grond van artikel 81 lid 1 RO, conform de conclusie van de A-G.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt het Maagdenhuis c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Bisdom begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien het Maagdenhuis c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 maart 2022 .”
r.o. 2