Hoge Raad · 22 april 2022
Cassatie tegen onmiddellijke voorzieningen OK; verwerping ex artikel 81 RO
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Samenvatting
De Hoge Raad verwerpt met toepassing van artikel 81 RO het cassatieberoep tegen beschikkingen van de OK waarin onmiddellijke voorzieningen waren getroffen in een enquêteprocedure. De vraag was onder meer of het enquêteverzoek niet-ontvankelijk is als de geschorste bestuurder niet vooraf is ingelicht. De klachten kunnen niet tot vernietiging leiden.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van de ondernemingskamer van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Exem en [verzoeker 2] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Sonangol en Esperaza begroot op € 899,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 22 april 2022 .”
r.o. 2