Hoge Raad · 3 juni 2022
Directeur: statutair bestuurder of niet? Cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een holdingvennootschap kwam in cassatie tegen een arrest over het ontslag van haar directeur, waarbij volgens de inhoudsindicatie de vraag speelde of de directeur statutair bestuurder was (artikel 2:244 BW). De Hoge Raad verwerpt het beroep zonder nadere motivering op grond van artikel 81 lid 1 RO.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt IIF in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 3 juni 2022 .”
r.o. 2