Hoge Raad · 3 februari 2023
Bestuurdersaansprakelijkheid na onbetaalde huur; cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een aantal bestuurders en vennootschappen kwam in cassatie tegen arresten van het hof in een zaak over bestuurdersaansprakelijkheid na een onbetaald gebleven huurvordering. Volgens de inhoudsindicatie ging het om de vraag of een schuldeiser onrechtmatig is benadeeld door selectieve betaling en verkoop van activa voor een symbolische prijs. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 lid 1 RO, zonder nadere motivering.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel in het principale beroep De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van deze arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van de arresten van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling. 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het principale beroep; - veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 7.015,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 3 februari 2023 .”
r.o. 2