Hoge Raad · 31 maart 2023
Enquêterecht: cassatie tegen afwijzing vaststelling wanbeleid verworpen (artikel 81 RO)
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een curator in het faillissement van een holding ging in cassatie tegen een tweedefasebeschikking van de OK, waarin het verzoek om wanbeleid vast te stellen was afgewezen. De Hoge Raad verwerpt het beroep met toepassing van artikel 81 lid 1 RO, zonder nadere motivering.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de ondernemingskamer beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hoek en [belanghebbende 2] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, aan de zijde van [belanghebbende 3] op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van de overige belanghebbenden op nihil. Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 31 maart 2023 .”
r.o. 2