Hoge Raad · 23 juni 2023
Bestuurdersaansprakelijkheid na aandelentransactie; verjaring; cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
De Hoge Raad verwerpt met toepassing van artikel 81 RO het cassatieberoep in een zaak over de aansprakelijkheid van een bestuurder in verband met een aandelentransactie. Volgens de inhoudsindicatie speelden verjaring en de uitleg van stellingen een rol. Het oordeel van het hof, dat de uitspraak van de rechtbank bekrachtigde, blijft daardoor in stand.
Kernoverweging
“Beoordeling van de middelen De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt Sibema c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Sibema c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 juni 2023 .”
r.o. 2