Hoge Raad · 27 september 2024
Vereenzelviging: staatsoliebedrijf Venezuela niet aansprakelijk voor schuld van Venezuela
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een vennootschap wilde het staatsoliebedrijf van Venezuela en gelieerde vennootschappen aansprakelijk houden voor een schuld van Venezuela, op grond van vereenzelviging. Het hof wees de vordering af. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met een korte artikel 81 RO-motivering, zonder inhoudelijke overwegingen over het leerstuk.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt OIEG in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PDVSA c.s. begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien OIEG deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 27 september 2024 .”
r.o. 2