Hoge Raad · 31 mei 2024
Bestuurdersaansprakelijkheid na afnemen eieren; cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
De Hoge Raad verwerpt met toepassing van artikel 81 RO het cassatieberoep van een bestuurder in een zaak over zijn persoonlijke aansprakelijkheid voor het afnemen van goederen terwijl de vennootschap de koopprijs niet kon betalen en geen verhaal bood. Het arrest bevat geen inhoudelijke motivering.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 31 mei 2024 .”
r.o. 2