← Week 4

Hoge Raad · 24 januari 2025

Rechterswisseling na mondelinge behandeling bij OK in geschillenregeling: arrest vernietigd

  • Geschillenregeling
  • Boek 2 BW

Samenvatting

In een geschil tussen twee aandeelhouders van een B.V. in de geschillenregeling had de OK na een mondelinge behandeling een eindarrest gewezen in een andere samenstelling, zonder dat partijen daarvan vooraf op de hoogte waren gesteld. De Hoge Raad oordeelt dat de regels over rechterswisseling na een mondelinge behandeling ook gelden in OK-zaken, ten aanzien van de raden en na tussenuitspraken. Het eindarrest wordt vernietigd en de zaak wordt teruggewezen naar de OK.

Kernoverwegingen

“Ingevolge vaste rechtspraak van de Hoge Raad behoort een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling, behoudens bijzondere omstandigheden, te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, teneinde te waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing. Indien op enig moment na de mondelinge behandeling vervanging noodzakelijk blijkt van een of meer rechters ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, dient het gerecht dit voorafgaand aan de eerstvolgende uitspraak mee te delen aan partijen (waaronder in verzoekschriftprocedures begrepen de belanghebbenden), onder opgave van de reden(en) voor de vervanging en de beoogde uitspraakdatum. Elk van de bij de mondelinge behandeling verschenen partijen mag vervolgens verzoeken om een nadere mondelinge behandeling ten overstaan van de rechter(s) door wie de uitspraak zal worden gewezen. Deze regel geldt voor elke uitspraak waarin een rechter ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden voor het eerst door een andere rechter wordt vervangen, ook indien na de mondelinge behandeling al een of meer tussenuitspraken zijn gedaan. Deze regel is in zaken die door de ondernemingskamer worden behandeld ook van toepassing ten aanzien van de raden ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.”

r.o. 3.2.2

“Het eindarrest in deze zaak is gewezen door twee andere raadsheren en twee andere raden dan de raadsheren en raden ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden (zie hiervoor in 2.3 en 2.5). Uit door de Advocaat-Generaal bij de ondernemingskamer ingewonnen inlichtingen blijkt dat ervan moet worden uitgegaan dat voorafgaand aan het eindarrest aan partijen geen mededeling is gedaan van deze rechterswisseling (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.13). Nu de mondelinge behandeling na 20 maart 2020 heeft plaatsgevonden, de zaak daarbij inhoudelijk is behandeld en het eindarrest dus mede op de grondslag van de mondelinge behandeling is gewezen, kan dat arrest niet in stand blijven. De klacht is dan ook gegrond.”

r.o. 3.2.3

“De Hoge Raad zal de zaak terugwijzen naar de ondernemingskamer (art. 2:336 lid 3 BW). Nu partijen zich over en weer hebben gerefereerd, zullen de kosten van zowel het principale als het incidentele beroep worden gereserveerd.”

r.o. 3.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2025:114
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
24 januari 2025
Datum publicatie
24 januari 2025
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:335 BW, 2:336 BW
Thema
Geschillenregeling
Weekoverzicht
Week 4 van 2025

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.