← Week 41

Hoge Raad · 10 oktober 2025

Fusie Optas Pensioenen en Aegon niet vernietigbaar na herroeping instemming DNB

  • Fusie en splitsing
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Pensioengerechtigden wilden een fusie tussen een pensioenverzekeraar en een andere verzekeraar ongedaan maken, onder meer omdat statutaire bepalingen over de bestemming van winst en reserves vervielen en de instemming van DNB achteraf was herroepen. De Hoge Raad oordeelt dat de pensioenaanspraken zijn overgegaan en dat een voltrokken fusie geldig blijft zolang de rechter haar niet vernietigt (artikel 2:323 BW). Het ontbreken van instemming van DNB maakt de fusie op grond van artikel 1:23 Wft niet nietig of vernietigbaar, ook niet bij een fusie tussen financiële ondernemingen. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Kernoverwegingen

“Gelet op het in cassatie onbestreden uitgangspunt dat alle verplichtingen van Optas Pensioenen jegens [eisers] zijn overgegaan op Aegon en dat [eisers] de daarmee corresponderende aanspraken dus onverkort geldend kunnen maken jegens Aegon, ongeacht het vervallen van de statutaire bepalingen, lag het naar het oordeel van het hof op de weg van [eisers] om toe te lichten waarom het vervallen van de statutaire bepalingen afbreuk doet aan de pensioenaanspraken van [eisers] Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Evenmin is onbegrijpelijk het kennelijke oordeel van het hof dat [eisers] onvoldoende hebben toegelicht dat de fusie en het vervallen van de statutaire bepalingen afbreuk doen aan hun pensioenaanspraken. In de procesinleiding in cassatie verwijzen [eisers] alleen naar hun stellingen in feitelijke aanleg over het vervallen van de statutaire bepalingen, maar niet naar stellingen waarin wordt toegelicht dat het vervallen van de statutaire bepalingen leidt tot een aantasting van hun pensioenaanspraken. Het oordeel van het hof dat het enkele vervallen van de statutaire bepalingen – zonder dat kan worden vastgesteld dat dit afbreuk doet aan de pensioenaanspraken van [eisers] – niet kan worden aangemerkt als een inbreuk op een eigendomsrecht van [eisers] in de zin van art. 1 EP of art. 17 Handvest EU – als van eigendom in de zin van die bepalingen sprake zou zijn en als [eisers] een beroep op die bepalingen zou toekomen – geeft […]”

r.o. 3.1.4

“Voor zover de klacht inhoudt dat het hof had moeten oordelen dat de fusie nietig is, faalt de klacht omdat die miskent dat een fusie geldig is zolang de rechter de fusie niet heeft vernietigd (art. 2:323 lid 2, slot, BW).”

r.o. 3.3.2

“Ook voor zover [eisers] bedoelen dat het hof had moeten oordelen dat het ontbreken van de instemming van DNB een grond is voor vernietiging van de fusie, faalt de klacht. De voorloper van art. 1:23 lid 1 Wft is in de parlementaire geschiedenis onder meer als volgt toegelicht:

“Voor [de inhoud van de voorloper van art. 1:23 lid 1 Wft, HR] is gekozen omdat toepassing van het tweede lid van artikel 3:40 van het BW leidt tot grote rechtsonzekerheid op de financiële markten. Rechtshandelingen kunnen immers nog geruime tijd worden vernietigd of nietig worden verklaard. Dit is ongewenst. Goed functionerende financiële markten zijn gebaat bij vertrouwen en continuïteit. Verder geldt dat wanneer een overeenkomst op dergelijke wijze wordt aangetast reeds gepresteerde handelingen ongedaan gemaakt dienen te worden. Dit is in de financiële toezichtwetgeving in de meeste gevallen moeilijk of zelfs onmogelijk. (…) Behoudens uitzonderingen is het niet de bedoeling dat aan overtredingen van de bij of krachtens deze wet gestelde publiekrechtelijke regels (ook) civielrechtelijke gevolgen worden verbonden.”

De klacht berust op de opvatting dat art. 1:23 lid 1 Wft alleen betrekking heeft op rechtshandelingen tussen een financiële onderneming en particuliere of zakelijke klanten en dat privaatrechtelijke rechtshandelingen tussen financiële ondernemingen buiten het toepassingsbereik van art. 1:23 lid 1 Wft vallen. Voor die opvatting is geen steun te vinden in de geciteerde toelichting en evenmin […]”

r.o. 3.3.3

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1544
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
10 oktober 2025
Datum publicatie
10 oktober 2025
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:323 BW, 2:309 BW, 2:316 BW, 2:333 BW, 3:40 BW, 1:23 Wft, 3:115 Wft, 3:119 Wft
Thema
Fusie en splitsing
Weekoverzicht
Week 41 van 2025

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.