Hoge Raad · 12 december 2025
Art. 81 RO: cassatie verworpen in zaak over bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
In deze zaak spreekt een curator de bestuurders van een gefailleerde onderneming aan op grond van bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement (artikel 2:248 BW), met een vrijwaringszaak tegen een zorgkantoor. De bestuurders klagen in cassatie onder meer over de door het hof gehanteerde maatstaf. De Hoge Raad verwerpt het beroep met toepassing van artikel 81 lid 1 RO, zonder inhoudelijke motivering.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt de bestuurders in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.463,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de bestuurders deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan, en aan de zijde van het zorgkantoor begroot op 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de bestuurders deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025 .”
r.o. 2