Hoge Raad · 12 december 2025
Eisen aan grief in hoger beroep bij bestuurdersaansprakelijkheid stichting (artikel 2:300a (oud) BW)
- Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
De curator in het faillissement van een stichting spreekt voormalig bestuurders en feitelijk beleidsbepalers aan op grond van artikel 2:300a (oud) BW in verbinding met artikel 2:138 BW. Het hof ging voorbij aan een grief over de toepasselijkheid van artikel 2:138 BW omdat die onvoldoende was gepreciseerd en gemotiveerd. De Hoge Raad oordeelt dat de grief voldoende kenbaar was, vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof. Het Boek 2-aspect wordt niet inhoudelijk beoordeeld.
Kernoverwegingen
“Als grieven worden aangemerkt alle gronden die de appellant aanvoert ten betoge dat de bestreden uitspraak behoort te worden vernietigd. Die gronden moeten behoorlijk naar voren zijn gebracht in het geding, zodat zij voldoende kenbaar zijn voor de rechter en voor de wederpartij, welke laatste immers moet kunnen weten waartegen zij zich in de procedure in hoger beroep heeft te verweren. Indien is volstaan met een verwijzing naar of herhaling van hetgeen in eerste aanleg is gesteld, hangt het af van de omstandigheden van het geval of aan deze eis is voldaan.”
r.o. 3.2
“De stukken van het geding, zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.5 tot en met 3.9, laten geen andere conclusie toe dan dat [eisers] voor de curator en de rechter voldoende kenbaar hebben gemaakt tegen welk oordeel van de rechtbank hun derde grief zich richt, en op welke gronden [eisers] in deze grief betogen dat het vonnis van de rechtbank moet worden vernietigd. Met zijn oordeel dat het hof voorbijgaat aan deze derde grief als onvoldoende gepreciseerd en gemotiveerd, heeft het hof dan ook hetzij hetgeen hiervoor in 3.2 is overwogen miskend, hetzij een oordeel gegeven dat in het licht van de stukken van het geding onbegrijpelijk is. Het middel slaagt.”
r.o. 3.3