Hoge Raad · 13 juni 2025
Gezag van gewijsde OK-beschikking en verbeurde dwangsommen; cassatieberoep verworpen
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een vennootschap in liquidatie ging in cassatie tegen een arrest over de vraag of twee verweerders dwangsommen hebben verbeurd, mede in verband met het gezag van gewijsde van een beschikking van de Ondernemingskamer. De Hoge Raad verwerpt het beroep met toepassing van artikel 81 lid 1 RO, zonder inhoudelijke motivering.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] begroot op € 2.463,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van [verweerder 1] B.V. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 juni 2025 .”
r.o. 2