Hoge Raad · 10 juli 2026
Beklamelnorm: cassatieberoep tegen bestuurders verworpen op grond van artikel 81 RO
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
In cassatie ligt de vraag voor of bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn op grond van de Beklamelnorm, omdat zij bij het aangaan van verbintenissen wisten of redelijkerwijze behoorden te begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 lid 1 RO, omdat de klachten niet tot vernietiging kunnen leiden. Het oordeel van het hof blijft daarmee in stand.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.554,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.B. ter Heide, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 10 juli 2026 .”
r.o. 2