← Week 44

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 5 november 1982

Externe werking van AVA-besluit dat bestuursbevoegdheid NV beperkt; goede trouw derde

  • Overig Boek 2
  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

In deze conclusie naar Antilliaans recht gaat het om de vraag of een naamloze vennootschap zich tegenover een koper kan beroepen op een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders dat de bevoegdheid van het bestuur beperkt. De A-G meent van niet: een beperking met externe werking kan alleen uit de wet of de statuten voortvloeien. Kennis van de beperking maakt de koper nog niet te kwader trouw. Hij concludeert tot vernietiging van het vonnis en tot verwijzing.

Kernoverwegingen

“De middelen II en III keren zich tegen r.o. 3, luidende: " 3. Thans dient het in eerste aanleg door geïntimeerde voorgedragen verweer te worden onderzocht, dat [betrokkene 1] op 24 januari 1978 als directeur niet bevoegd was tot het aangaan van een overeenkomst van koop en verkoop van de litigieuze draaibanken Meuser en Wohlemberg omdat ten aanzien van de verkoop van machinerieën uitdrukkelijk was besloten, dat de directie daartoe alleen bevoegd zou zijn na toestemming van de algemene vergadering van aandeelhouders. Overgelegd zijn in – niet betwiste – vertaling notulen van een bespreking van 1 juni 1976, waarbij appellant aanwezig was als vertegenwoordiger van een aandeelhouder. Uit deze notulen blijkt dat de bevoegdheid van de directeuren ten aanzien van de verkoop van machines – beperkt was in die zin dat die bevoegdheid slechts door de algemene vergadering van aandeelhouders kon worden uitgeoefend. Nu appellant van deze beperking op de hoogte was en zich daar blijkens de onderhavige notulen niet tegen heeft verzet en hij desondanks de onderhavige overeenkomst met de toen nog als directeur fungerende [betrokkene 1] heeft gesloten, is dit verweer gegrond." De middelen II en III bestrijden met name 's hofs oordeel dat de directeur [betrokkene 1] onbevoegd was tot het sluiten van de litigieuze transactie met [verzoeker] . Middel II leest in het vonnis de beslissing, dat bedoelde bevoegdheid uitsluitend toekwam aan de algemene vergadering van aandeelhouders (a.v.) van de […]”

r.o. 3

“Middel III bevat de klacht dat het hof heeft miskend, dat de voren bedoelde bevoegdheidsbeperking niet steunt op de wet en evenmin op de akte van oprichting en daarom niet mag worden aanvaard. Het hof is er kennelijk van uitgegaan dat tot die beperking was besloten door de a.v. van de vennootschap. Hierop, alsmede op twee andere omstandigheden bouwde het hof zijn beslissing dat de vennootschap niet aan de overeenkomst is gebonden: (1) [verzoeker] was van de beperking op de hoogte en (2) hij heeft zich daartegen, blijkens de notulen van de bespreking van 1 juni 1976 waarbij hij aanwezig was, niet verzet. Ten deze is toepasselijk art. 103 Ant.W.v.K, voor zover thans van belang gelijkluidend aan het vroegere art. 47 Ned.W.v.K.: "Behoudens beperkingen bij de akte van oprichting, is het bestuur belast met het besturen van de zaken der vennootschap, met het beheer van haar vermogen, daaronder begrepen de handelingen, bedoeld bij het tweede lid van artikel 1815 van het B.W. van de Ned. Antillen (art. 47 Ned.W.v.K.: "artikel 1833 van het B.W.";F.), en met haar vertegenwoordiging in en buiten rechte." Uitgangspunt behoort te zijn dat een Antilliaanse wetsbepaling zoals het hier geciteerde art. 103 W.v.K., dat een reproductie is van een Nederlands wettelijk voorschrift, moet worden uitgelegd overeenkomstig de Nederlandse moederbepaling, tenzij op grond van bijzondere omstandigheden een afwijkende interpretatie geboden is. Men kan hierin een toepassing zien van het in art. 39 lid 1 […]”

r.o. 4

“november 1982 t e g e n [de vennootschap] N.V Edelhoogachtbaar College, 1. Bij vonnis van 16 maart 1981 heeft het Gerecht in eerste aanleg te Curaçao de vorderingen van thans verzoeker in cassatie ( [verzoeker] ), strekkende o.m. tot afgifte van twee door hem op 24 januari 1978 van de wederpartij (de vennootschap) gekochte motordraaibanken, ontzegd. De eerste rechter oordeelde het verweer van de vennootschap dat [betrokkene 1] , die namens de vennootschap de schriftelijke koopovereenkomst d.d. 24 januari 1978 had ondertekend, toen geen direkteur van de vennootschap meer was en derhalve niet bevoegd was namens haar op te treden, gegrond. [verzoeker] ging in hoger beroep en voerde twee grieven aan, door het hof weergegeven in r.o. 2: "I. "Ten onrechte heeft de eerste rechter aangenomen, dat [betrokkene 1] op 30 december 1977 aan het Handelsregister heeft opgegeven, dat hij als directeur van geïntimeerde was uitgetreden"; en II. "Ten onrechte heeft de eerste rechter overwogen, dat niet is bewezen, dat [betrokkene 1] op 24 januari 1978 nog directeur van geïntimeerde was, en vervolgens aan appellant zijn vorderingen ontzegd"." Het hof oordeelde, in r.o. 2, de beide grieven gegrond en onderzocht vervolgens, in r.o. 3, " ….. het in eerste aanleg door geïntimeerde voorgedragen verweer ….. dat [betrokkene 1] op 24 januari 1978 als directeur niet bevoegd was tot het aangaan van een overeenkomst van koop en verkoop van de litigieuze draaibanken ….. omdat ten aanzien van de verkoop van […]”

r.o. 5

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:1982:1
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
5 november 1982
Datum publicatie
15 september 2020
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:129 BW, 2:130 BW
Thema
Overig Boek 2, Besluitvorming en vernietigbaarheid
Weekoverzicht
Week 44 van 1982

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.