Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 28 februari 1992
Redelijk belang bij vernietiging ALV-besluit tot goedkeuring bestuursbeleid en decharge vereniging
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een bij een vereniging aangesloten componist (geen lid) vorderde vernietiging van een ALV-besluit waarmee het bestuursbeleid werd goedgekeurd en decharge werd verleend. Hij miste volgens de lagere rechters een redelijk belang, omdat vernietiging de door het bestuur gesloten externe overeenkomsten onaangetast laat. De A-G concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.
Kernoverwegingen
“Het door subonderdeel 2.2. ingeleide subonderdeel 2.3. stelt dat het vereiste redelijk belang bij een op art. 2:11, lid 2 BW gebaseerde actie niet reeds dan afwezig is, indien vernietiging van het besluit niet het (onmiddellijk) gevolg heeft dat aan hetgeen de rechtspersoon voorafgaand aan het besluit heeft verricht, de rechtsgrond komt te ontbreken. Indien het (in het middel) tussen haakjes geplaatste woord "onmiddellijk" een bestanddeel van die klacht is, mist deze klacht feitelijke grondslag. Het hof heeft - met de rechtbank - overwogen dat bij vernietiging van het aangevallen besluit de geldigheid van de kabelovereenkomst onaangetast zou blijven. Hierin is niet te lezen dat aantasting van de geldigheid van de overeenkomst niet als onmiddellijk maar eventueel wel als indirect gevolg van de vernietiging zou kunnen optreden.”
r.o. 2.2.2
“Over redelijk belang bij vernietiging schrijft Asser-v.d.Grinten : "Een redelijk belang kan ( ... ) ontbreken, omdat vernietiging van het besluit geen effect kan hebben. Men denke in dit verband aan besluiten die in externe rechtshandelingen zijn uitgevoerd. De geldigheid van de externe rechtshandeling is in het algemeen niet afhankelijk van het besluit. Vernietiging van het besluit heeft geen zin." Het hier gestelde geldt m.i. a fortiori voor het onderhavige geval, waarin het ging om een besluit waarbij achteraf het bestuursbeleid, mede inhoudend het aangaan van de litigieuze overeenkomsten (voor het aangaan waarvan geen voorafgaande toestemming van de ALV was vereist ), goedgekeurd werd en aan het bestuur decharge werd verleend .”
r.o. 2.2.3
“Vernietiging van het goedkeuringsbesluit,en dus van de decharge zou weliswaar (bij niet behoorlijke taakvervulling) tot persoonlijke aansprakelijkheid van de leden van het bestuur kunnen leiden. Zoals de rechtbank heeft overwogen zou die aansprakelijkheid echter slechts jegens de vereniging gelden , terwijl de rechtbank voorts heeft vastgesteld dat niet gesteld of gebleken is welk belang [eiser] zou kunnen hebben bij het laten voortduren van deze bestuurdersaansprakelijkheid jegens Buma .”
r.o. 2.2.4