Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 20 januari 1995
Ontslag bestuurder en intrekking emissie door aandeelhouder: hoorplicht en redelijkheid en billijkheid
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
In een kort geding over de zeggenschap in een concern heeft de nieuwe grootaandeelhouder de bestuurder van een subholding ontslagen en een emissiebesluit ingetrokken zonder de bestuurder te horen. De A-G meent dat dit in strijd is met de hoorplicht van artikel 2:227 lid 4 BW en met de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW, en dat de uitslag van de wedloop naar de notaris niet beslissend mag zijn. Hij concludeert tot vernietiging van het arrest van het hof.
Kernoverwegingen
“. De besluiten in kwestie zijn genomen volgens de procedure van art. 2:238 BW. Zulke besluiten kunnen worden gelijkgesteld met in een "normale" a.v.a. genomen besluiten . Het middel bevat een contradictie door te stellen dat een dergelijk besluit niet rechtsgeldig is voordat het "de vennootschap" heeft bereikt. De a.v.a. is immers een orgaan van de vennootschap. Bedoeld is wellicht dat zulk een besluit het bestuur moet hebben bereikt, maar die eis stelt de wet niet. Wel houdt het bestuur van de genomen besluiten aantekening (art. 2:230, lid 4, BW), maar op niet-nakoming van die regel staat geen civielrechtelijke sanctie .”
r.o. 4.2.2
“Aangenomen wordt dat de regel van (art. 117 en) art. 227, lid 4, meebrengt dat bestuurders voor een a.v.a. moeten worden uitgenodigd. Formele oproepingsbepalingen zijn niet van toepassing, maar de uitnodiging moet bestuurders in ieder geval bereiken . Vaststaat dat [eiser 6] niet voor de ("papieren") a.v.a. is uitgenodigd. Noch het feit dat tevoren vast zou staan wat het gevolg van uitnodiging van [eiser 6] zou zijn, noch de veronderstelling dat met zijn advies toch geen rekening zou worden gehouden, levert hier een verontschuldiging op. Men zou een vergelijking kunnen trekken met het passeren van een bewijsaanbod wegens een prognose van de gang van zaken bij de aangeboden bewijslevering. Door niet naar de bestuurder te willen luisteren heeft de "a.v.a." onredelijk gehandeld. De "vereiste" spoed (bestaande in het willen winnen van de wedloop) levert geen voldoende rechtvaardiging op .”
r.o. 6.2.2
“Ook dit onderdeel treft doel. Voordat men aan de arbeidsrechtelijke gevolgen toekomt, dient het ontslag van een (statutair) bestuurder eerst vennootschapsrechtelijk te worden getoetst . Het hof heeft dit achterwege gelaten.”
r.o. 6.3.2