Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 15 december 2000
Benoeming bestuurder B.V. zonder AVA-besluit; doorhaling handelsregisterinschrijving; vertrouwensleer
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een persoon liet zich in het handelsregister inschrijven als bestuurder van een B.V., maar de enig aandeelhouder had hem nooit benoemd. De conclusie gaat over de vraag of de vertrouwensleer of rechtsverwerking een ontbrekend benoemingsbesluit kan vervangen, gelet op artikel 2:242 BW. De plaatsvervangend procureur-generaal concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.
Kernoverwegingen
“Art. 2:242 BW luidt, voor zover hier van belang: "De benoeming van bestuurders geschiedt (...) door de algemene vergadering van aandeelhouders, tenzij zij overeenkomstig artikel 272 van dit Boek door de raad van commissarissen geschiedt." Art. 2:272 (behorend bij de bijzondere regeling van de structuur-b.v.) bepaalt dat de raad van commissarissen de bestuurders van een besloten vennootschap benoemt. Zoals reeds naar voren kwam (§ 3.1.1.) benoemde bij HML de a.v.a. de bestuurders(9). Dat de vennootschap onder de bijzondere regeling zou vallen, is niet gebleken. 3.2.4. Het cassatierekest (p. 4, 3e al.) bevat in dit verband de gedachte dat de vertrouwensleer geen terzijdestelling is van art. 2:242 BW, doch een aanvulling op dit artikel. Dat lijkt mij echter een woordenspel. Ook een aanvulling (door ongeschreven recht) van een wettelijk voorschrift houdt een afwijking daarvan in. 3.2.5. De rechtbank heeft, anders dan het middel verdedigt, haar beslissing wel gemotiveerd, nl. met een beroep op de aard van de rechtshandeling (benoeming van een bestuurder van een besloten vennootschap). In de literatuur wordt aangenomen dat de regeling van art. 2:242 van dwingend recht is(10). Ook die omstandigheid zal samenhangen met de aard van de rechtshandeling. 3.2.6. De Hoge Raad heeft een aantal jaren geleden m.b.t. een secretaris-penningmeester van een coöperatie beslist dat voor (rechtsgeldige) inschrijving in het handelsregister een geldig benoemingsbesluit van de ledenvergadering vereist […]”
r.o. 3.2.3
“Het cassatierekest (p. 4, 3e al.) bevat in dit verband de gedachte dat de vertrouwensleer geen terzijdestelling is van art. 2:242 BW, doch een aanvulling op dit artikel. Dat lijkt mij echter een woordenspel. Ook een aanvulling (door ongeschreven recht) van een wettelijk voorschrift houdt een afwijking daarvan in. 3.2.5. De rechtbank heeft, anders dan het middel verdedigt, haar beslissing wel gemotiveerd, nl. met een beroep op de aard van de rechtshandeling (benoeming van een bestuurder van een besloten vennootschap). In de literatuur wordt aangenomen dat de regeling van art. 2:242 van dwingend recht is(10). Ook die omstandigheid zal samenhangen met de aard van de rechtshandeling. 3.2.6. De Hoge Raad heeft een aantal jaren geleden m.b.t. een secretaris-penningmeester van een coöperatie beslist dat voor (rechtsgeldige) inschrijving in het handelsregister een geldig benoemingsbesluit van de ledenvergadering vereist is(11). De gedachte van de toenmalige advocaat-generaal Berger, dat de bevoegdheid van de rechtspersoon om zich hierop te beroepen, door rechtsverwerking te niet gegaan kan zijn, volgde de Hoge Raad niet. Maeijer concludeerde in zijn NJ-noot: "(..) het gaat te ver om binnen het in eerste instantie door statuten en wet bepaalde kader van de rechtspersoon te aanvaarden dat zonder enigerlei hiertoe, door de statuten aangewezen besluitvorming een feitelijke situatie onder invloed van de goede trouw zou kunnen uitgroeien tot een door het interne recht van de rechtspersoon […]”
r.o. 3.2.4
“De rechtbank heeft, anders dan het middel verdedigt, haar beslissing wel gemotiveerd, nl. met een beroep op de aard van de rechtshandeling (benoeming van een bestuurder van een besloten vennootschap). In de literatuur wordt aangenomen dat de regeling van art. 2:242 van dwingend recht is(10). Ook die omstandigheid zal samenhangen met de aard van de rechtshandeling. 3.2.6. De Hoge Raad heeft een aantal jaren geleden m.b.t. een secretaris-penningmeester van een coöperatie beslist dat voor (rechtsgeldige) inschrijving in het handelsregister een geldig benoemingsbesluit van de ledenvergadering vereist is(11). De gedachte van de toenmalige advocaat-generaal Berger, dat de bevoegdheid van de rechtspersoon om zich hierop te beroepen, door rechtsverwerking te niet gegaan kan zijn, volgde de Hoge Raad niet. Maeijer concludeerde in zijn NJ-noot: "(..) het gaat te ver om binnen het in eerste instantie door statuten en wet bepaalde kader van de rechtspersoon te aanvaarden dat zonder enigerlei hiertoe, door de statuten aangewezen besluitvorming een feitelijke situatie onder invloed van de goede trouw zou kunnen uitgroeien tot een door het interne recht van de rechtspersoon geschraagde situatie." 3.2.7. Ik zou menen dat wat in dit verband voor een secretaris-penningmeester van een coöperatie geldt, ook moet gelden voor de bestuurder van een besloten vennootschap. Sinds 1977 is zowel het rechtspersonenrecht als het handelsregisterrecht ingrijpend gemoderniseerd, maar ik zie in de […]”
r.o. 3.2.5